Sunday, October 08, 2006

kousen

Buurvrouw Roos en ik doen allebei met een kind in de kar boodschappen bij de Albert Heijn. Als we klaar zijn regent het buiten zó hard dat we besluiten nog even in de Hans Textiel rond te kijken. De winkel is op de verdieping erboven dus we gaan beiden met kar en al de lift in, wat maar net past. Het is een winkel waar ik naar mijn weten voor het eerst in mijn leven rondloop. Dat ik daaraan niks heb gemist wordt mij al snel duidelijk. Muf ruikt het er, naar kleren die er al veel te lang op de hangertjes hangen omdat niemand ze wil kopen. Toch koop ik er wat, omdat ik nu eenmaal altijd wel iets weet te vinden wat tóch leuk is en ik gewoon ook heel graag íets koop. Al is het een maillot van een paar euro. Maar heus een leuke ook al is hij van de Hans. Met grappige rode balletjes onder de voeten en blauwe dikke knieën erin, zodat kruipen helemaal niet zo naar hoeft te zijn. Wat Mees overigens niet lijkt te vinden want hij doet het nog steeds… Bij de kassa betaal ik eerst mijn donkerblauwe maillot, waarna buurvrouw Roos dezelfde maar dan in het roze voor Julie afrekent. De net zo muf ogende kassajuffrouw probeert leuk te doen over onze kindjes. Tot ze “hij” zegt terwijl het over Julie gaat. Die notabene een staartje op haar hoofd heeft. Snel wil ik deze winkel verlaten om hier nooit meer terug te hoeven keren, maar ook dit mislukt. Tot drie keer toe moeten wij de lift aan onze neus voorbij laten gaan omdat we er met onze karren niet inpassen, ook al staat er maar één enkel los mens in. De neuzen die toch al zo geïrriteerd waren door de muffe weeë lucht worden dat steeds meer.

Diezelfde middag belt Roos mij om te vertellen dat de maillot een gek ding is. Dat de speciale kruipverdikking die op de knieën zou horen te zitten, ergens in Julie haar liezen zit. Ik heb Mees er nog niet in weten te hijsen dus weet van niets. Zondagmiddag loop ik met Mees in de bolderkar, mijn eigen moeder, omaMick en hond Jep te wandelen. Mees draagt zijn nieuwe maillot. We zien drie al veel grotere jongens bij het veldje waar Mick speelt met Jep. Alle drie hebben ze een stoere grotejongensfiets die Mees erg interessant vindt. Eén van de drie vraagt of Mees een jongen of een meisje is, waarop Mick antwoord dat het een jongetje is. “Hoe weet je dat dan?” vraagt het jongetje, dat zelf hooguit vijf of zes is. “Nou omdat het mijn kleinzoon is”, legt Mick uit. We lopen nog wat rond en ik besluit de nieuwe maillot van Mees nog eens op te hijsen, die constant naar beneden zakt. Mees vindt het erg grappig dus ga ik nog even door ondanks dat de dikke knieën inmiddels alweer op de juiste hoogte zitten. “Het is helemaal geen jongetje!”roept het grote kleine jongetje nu. “Want ze heeft kousen aan!” Misschien was het toch niet zo’n leuke aankoop.

Friday, September 22, 2006

losse handjes

Vier, vijf, zes stapjes achter elkaar. Helemaal los. Ik ben verbaasd, verrukt en roep enthousiast: “Menno! Mees loopt los! Kom kijken, vlug!”, maar het moment is alweer voorbij.
Na het tandenpoetsen loop ik met Mees naar de kamer om papamenno een weltustenkus te brengen. Stiekem laat ik weer de kraag van zijn t shirt los, waar ik hem de laatste tijd vaker aan vasthoud om alvast te laten merken dat je ook kunt lopen met twee losse handjes. Weer loopt hij wel zeker vijf stappen los. Nu ziet ook Menno dit kleine wondertje gebeuren en is net als ik blij verrast.
Zou dit het begin zijn van wat altijd beschreven wordt als een niet meer-stil-kunnen-zitten-tijd? Dat je als moeder alleen nog maar achter je kindje aanrent om hem, en jezelf te behoeden voor dingen waar die kleine handjes ineens nu wél bij kunnen maar beter niet bij zouden moeten kunnen komen. Ik weet het niet, ik vind het nu nog geweldig en het is zeker iets waar ik al een poos naar uitkijk, een loslopende Mees…

Wednesday, September 20, 2006

boekenwurm

Voor het slapengaan, na het wakker worden, zomaar op een willekeurig moment op de dag. Mees wil alsmaar boekjes lezen, althans ík moet ze lezen want zelf kan hij dat natuurlijk nog niet en lijkt me op deze leeftijd ook niet echt een gezonde vaardigheid.
Met een boekje in zijn ene hand komt hij aangekropen, bijna kronkelend over de grond want kruipend met maar één vrije hand is heus niet makkelijk. Wanneer ik niet druk bezig ben met stofzuigen of eten maken roep ik hem enthousiast toe “kom gaan we een boekje lezen!” waarna Mees zijn o zo lieve eigen meesgrinniklachje door de kamer laat schallen. Samen zitten we op de bank en kijken het boekje door. Mees slaat zelf de bladzijdes om. Dat gaat niet meer zoals eerder met drie tegelijk, of abrupt een eind makend aan het verhaal, nee heel rustig wordt het boekje aandachtig van begin tot eind bekeken.
Natuurlijk zijn er favorieten, al kunnen dat volgende week of morgen weer heel andere zijn. Het boerderijdieren boekje ooit gekregen van Denise is beneden toch wel één van de leukste, vooral als papamenno het leest. Die doet de dieren zo levendig na dat Mees het uitgiert van het lachen. Boven lezen we al dagenlang wel vier, vijf of zes keer per dag het boekje van kikker en varken van Max Velthuijs. Ondanks het vele herhalen van hetzelfde verhaaltje (en dat terwijl we buitensporig veel kinderboekjes hebben), of misschien wel juist daardoor, vindt Mees het elke keer weer ontzettend leuk. Gelukkig ben ik zelf ook een fervent lezer, ik las tijdens het zwanger zijn soms wel een boek per dag (zou daar Mees zijn boekenliefde vandaan komen?) en geniet ik net als Mees steeds weer van het boekjes lezen.

Monday, September 04, 2006

wakker worden

“Mama!....Mama!”, hoor ik terwijl mijn ogen moeite hebben zich te openen. In mijn kamer is het nog pikdonker en het voelt alsof het zeker nog geen opstaantijd is. Ik kijk op mijn wekker, het is vroeg maar geen nacht meer, en voor ik het weet sta ik in Mees zijn kamertje. Zo overdonderd ben ik door zijn geroep. Nu is dit stemvolume geen nieuwigheid, maar wel in combinatie met een woord. Een echt woord. Mama. In plaats van het ‘mammammamam’ wat eerst in het wilde weg geroepen werd. Wat voel ik me trots. En blij. In plaats van wakker worden door gehuil is dit heerlijk opstaan. Dat mag van mij elke morgen wel.. En dan het liefst in het weekend “Papa! Papa!”

Sunday, August 20, 2006

opruimen

“Haal jij Mees even uit bed? Dan pak ik vast de spullen en kunnen we zo gelijk weg.”, vraag ik Menno. “Zijn kleertjes liggen ergens op de grond in zijn kamertje!” roep ik hem na. Beneden gekomen heeft Mees één sok en één schoen aan. “Die andere kon ik nergens vinden hoor” verontschuldigt Menno zich over de ene blote voet van Mees. Nu twijfel ik niet zozeer aan dat Menno de schoen en de sok niet heeft kunnen vinden, alleen twijfel ik of deze er echt niet liggen. Onder een ander rondslingerend kledingstuk of speelgoedje, die ook op de grond liggen. Netjes houden kan ik het huis niet meer zo makkelijk sinds Mees ontdekt heeft dat hij spulletjes kan verplaatsten. Menno heeft echter geen neus voor het vinden van benodigde spullen. Ook al staat het voor zijn neus, hij ziet het niet. Zin om zelf te gaan zoeken heb ik op dat moment niet, dus dan maar slippers aan. Konden we eindelijk gaan. Waarheen weet ik nu al niet meer. Maar dat we snel weg wilden was wel duidelijk.
Een dag later ruim ik de was op. Truitjes hang ik op boven de aankleedkast, broeken leg ik erin. In die la vind ik ineens een verdwaalde schoen met de sok er nog in . Mees heeft zijn best gedaan ze op te ruimen. Zo goed zelfs dat wij, ook ik na die avond ook zelf te hebben gezocht, niets hebben kunnen vinden. Nu is een kwijtgeraakte schoen niet zo erg, Mees heeft gelukkig meer dan één paar schoenen, maar zo af en toe liggen er wel heel gekke dingen op heel rare plekken. Die niet altijd even handig zijn. Maar Mees zijn manier van ordenen is voor mij nog niet helemaal begrijpelijk. Zijn tandenborstel in de prullenbak, een pen in mijn glas drinken, de tomaten in de kattenbak, de kattenbrokjes één voor één uit de poezenbakjes en dan één voor één er weer in. (Tussendoor stiekem snel één in zijn mond als ik niet oplet.)
Het verplaatsten van spulletjes, het ordenen ervan, hij vindt het geweldig. Zou hij dat van mij hebben (Menno heeft naast een zoekstoornis ook absoluut een opruim- en ordeningsstoornis. Wat moet hij blij zijn met zijn mij…)? Zou dit dan een soort aangeboren eigenschap zijn? Of is dit iets wat elk klein kind op een bepaald moment in zijn ontwikkeling doet?
Mees ruimt zelf zijn eigen luier op. Als ik hem verschoond heb weet hij niet hoe snel hij bij de emmer kan komen om de luier er in te gooien. Zo leuk als hij dat vindt. Het lieve grinniken wat hij altijd doet als hij iets heel leuk vindt klinkt ook dan door zijn kamertje. Ik geniet van mijn blije en al zo groot lijkende jongetje.
Ik krijg op mijn kop omdat de vaat uit de machine weer eens niet schoon is. “Altijd als jij hem inruimt wordt de vaat niet schoon! En moet ik alles alsnog met de hand afwassen.” zegt Menno zuchtend. Maar deze keer is het echt niet mijn inruimwijze, maar vinden wij onderin de machine een onderdeel van de mixer daar neergelegd door Mees, waardoor de watersproeier niet heeft kunnen draaien. Tja, daar had ik niet aangedacht voor het aanzetten van de vaatwasser. De sproeier bovenin controleer ik altijd, in het vervolg die onderin ook maar even nakijken.
Mees en ik eten samen ontbijt. Uit één bakje want hij wil toch alleen maar mijn eten, ook al krijgt hij een eigen bakje met precies hetzelfde erin. Ik geef Mees een hap van mijn lepel uit mijn bakje maar één van de twee blauwe bessen rolt eraf. “Mees waar is de bes, ga jij hem pakken?” vraag ik zonder echt te verwachten dat hij mij begrijpt. Mees wringt zich van mijn schoot en kruipt naar de bes. Opeten doet hij hem tot mijn verbazing niet, hij komt terug bij mij met de bes die weer netjes in mijn bakje wordt gelegd. Ik ben verbaasd over zijn handeling. Dit heb ik hem in ieder geval niet geleerd. Wat knap!

Monday, August 07, 2006

slapen














Vakantie hebben, op vakantie gaan, wat klinkt dat fijn. Uitrusten, nietsdoen, lekker luieren in de zon, heerlijk eten, lezen, spelletjes doen, buiten zijn de hele dag, en vooral veel, heel veel slapen.
Vroeg opstaan. Laat in bed. Omdat het regent in een natte tent zitten. Omdat het stormt niet kunnen slapen ’s nachts. Slapen op een luchtbed dat zo schuin ligt dat hoe je er ook op liggen gaat, je altijd één kant op rolt. Een angst creëren voor de rode mieren die overal in en om kruipen en je venijnig bijten zodra je per ongeluk op ze gaat zitten, of een kledingstuk aan trekt waar één van de miljoenen die er bij ons leken te wonen, juist een plekje had gezocht, wat je natuurlijk niet had gezien omdat de mieren wel vreselijk hard bijten maar toch heel klein zijn. Dit was meer de realiteit van de vakantie deze zomer.
En toch, ondanks dit, het was heerlijk, ik heb genoten. Lekker met z’n drieën weg, Menno, Mees en ik. Samen in ons oranje busje op weg naar Normandië, 720 kilometer rijden. Naar het zo ontzettend mooie plekje bij Rob en Emmy, waar we al meerdere zomers hebben doorgebracht, en ondanks het onstuimige weer en de rode mieren, het elk jaar weer fijn vinden. Zoals ook deze zomer.






De heenreis zouden we ’s nachts maken. Misschien dat Mees dan een beetje slapen zou, dachten we. Natuurlijk was dit weer een van mijn naïeve gedachten. Mees was zo onder de indruk van de reis, het busje en de lichtjes buiten, dat hij om zich heen bleef kijken. Van 3.30 ’s nachts tot wel 10.30 ‘s morgens. Pas toen viel hij in slaap, en ondanks het lange wakker zijn bleef het bij een hazenslaapje. Zoals alle autoslaapjes die volgden deze vakantie.


Onderweg slapen in de auto. ’s Nachts slapen in campingbedje in het busje. Overdag slapen in het campingbedje in het busje. Alle slaapjes waren kort en veel onrustiger dan thuis. Elke avond werd Mees na drie kwartier slapen wakker en wilde met geen mogelijkheid meer slapen. De eerste paar avonden probeerden we nog onvermoeibaar het ritme van thuis vast te houden. Zonder enkel succes probeerden we Mees weer in slaap te krijgen wanneer hij wakker werd. Troosten, neerleggen en gedag zeggen. Twee uur lang hielden wij dit vol. Alsmaar zagen we weer een armpje het gordijntje opzij duwen en dat kleine hoofdje boven de bedrand uitsteken. Toen was het genoeg. Dit moest anders. Zo werden de avonden voor ons alle drie niet leuker. Voortaan haalden we Mees direct na het wakker worden uit bed en gingen met hem wandelen. Langs de mooie groene paadjes in Urville. Kijken bij de koeien en de ezels wat Mees geweldig vond.
Bij het zien van de beesten vanuit de verte riep hij al “Oh! Oh!”, en zat met een glimlach te kijken naar hoe de beesten langzaam naderden.
Ook het doorslapen wat thuis zo goed gaat de laatste maanden, deed Mees niet meer. ’s Nachts om twee uur heel hard gaan huilen. Of om vijf uur. Of allebei. Omdat ik niet wilde dat onze buren in de tent ook wakker zouden worden van ons onrustige jongetje trokken we Mees, na één keer tevergeefs proberen hem weer te laten gaan slapen, direct het busje uit en namen hem bij ons het kleine tentje. Waar hij helaas alleen maar harder begon te huilen. En dan ook om zeven uur alweer wakker zijn. Erg uitgerust raakten wij niet deze vakantie.


Ook overdag hielden wij ons niet meer aan het slaappatroon dat Mees thuis had. Als we iets leuks wilden doen dan gingen we, desnoods zonder slapen. Het ging redelijk goed, Mees vond bijna alles leuk. Naar de markt gaan, naar het strand gaan, boodschappen doen bij de enorme supermarkten, drankjes drinken op een terras, de was doen in de wasserette, zwemmen in het kleine zwembadje, spelen met andere kindjes. Maar, eind van de vakantie was het duidelijk merkbaar dat Mees moe was van de vakantie.














Huilen, huilen, huilen. Niets was meer leuk. Helaas ook het terugrijden naar huis niet. Wat op de heenweg juist zo goed ging. We kregen ook nog pech met het busje. Het stopte pardoes met rijden. De berm in dan maar snel voor we ook nog overhoop gereden zouden worden. Veder rijden ging niet meer dus moesten we wachten tot we met bus en al thuis gebracht zouden worden, wat de volgende dag pas kon. De vakantie duurde daardoor nog een dag langer. En ik verlangde zo naar huis. Lekker weer in ons eigen lekkere bed slapen. En Mees weer in zijn eigen bedje in zijn eigen kamertje. En
weer uitrusten en bijkomen van de vakantie…

Friday, July 14, 2006

in de schommel

Mees is weer beter. Eigenlijk al een beetje toen de koorts weg was. Maar gister was dat mooie mollige lichtroze lijfje voor het eerst weer zonder vlekjes. Een mooi jongetje bleef het ondanks alle klein rode bultjes, maar ik zie mijn kleine boef toch liever zo, mooi en gaaf als een pasgeboren kindje. Dan heb ik tenminste het idee dat hij gezond is. Ook al kan dat soms misschien een illusie zijn, nu weet ik in ieder geval zeker dat hij het weer is. Hij lacht weer en is weer ondeugend, gilt en kletst weer honderduit, trekt alle spullen weer van de planken in de keuken waardoor de hele keukenvloer vol ligt met allerhande keukenbenodigdheden, die ik gelukkig op dat moment niet nodig heb en pas opruim als Mees allang in bed ligt. Soms vind ik een cdhoes in de afwasmachine of een slaapknuffel in het bad. Het zal vast niet lang meer duren voor ik eens echt iets kwijt ben wat Mees op een heel verassende plek goed heeft weten op te bergen.

Mees pakt al zijn lievelingsspeeltjes er weer bij, de door opa toek gemaakte loopkar, de van oma mick gekregen duplo-olifant, en de kinderliedjes die hij zo graag luistert. Mees wijst met zijn kleine vingertje richting de cdspeler, ik weet inmiddels dat ik deze dan aan moet zetten, waarna de vrolijke kinderdeuntjes door de kamer klinken. Mees kruipt zo snel als hij kan met een blij gezichtje naar de box met muziek om daar zijn eigen dansjes uit te voeren., waar ik steeds heel hard om moet lachen.
Ook grotemensendingen zijn erg geliefd. Alles wat knopjes heeft is leuk, de telefoon, papa’s rekenmachine, lichtknopjes, stoplichtknopjes, en de knopjes op pinapparaten in winkels. Of de verkoopsters van de winkels het gedruk van Mees op de knoppen en het daaruitvoortkomende gepiep net zo leuk vinden als hij betwijfel ik maar dat is voor Mees van geen enkel belang.
Mees heeft één speeltje dat hij zelfs toen hij ziek was heel leuk bleef vinden. Zijn schommel, een verjaardagscadeau van Denise en Michael. Vanaf het moment dat Menno de schommel midden in de kamer had opgehangen wilde Mees er steeds in. Elke dag weer. Met alweer dat kleine eigenwijze wijsvingertje maakt hij duidelijk wat hij wil. In de schommel. Met zijn zieke slappe lijfje wilde hij om de haverklap erin getild. Lekker wiegen, wiebelen en hangen in het schommelende houten stoeltje. Wat een goed cadeau!